Ik weiger mezelf te verkopen. En dat is precies waarom je dit leest.

Er zit een spanning in mijn werk die ik lang niet wilde benoemen. Ik zag het wel. Maar het erkennen ervan dwong me tot een keuze waar ik nog niet klaar voor was.

Ik ben geen psycholoog, levenskrachtexpert en piloot geworden om mezelf in de etalage te zetten. Niet om elke week een verhaal te construeren dat net genoeg van de waarheid bevat om herkenbaar te zijn en net genoeg versluierd is om niemand te verraden. Ik ben dit werk ingegaan vanuit één overtuiging: als een mens bij mij aanklopt, moet diegene erop kunnen vertrouwen dat wat er gedeeld wordt ook daar blijft. Punt.

Maar de wereld vraagt iets anders van mij.

Dit artikel gaat over wat er gebeurt als je die druk lang genoeg negeert. Over de wetenschap achter de val. Over wat je terugvindt als je ermee stopt.

De onzichtbare druk die sluipend begint

LinkedIn werd het toneel waar je als professional je bestaansrecht moet bewijzen. Elke week opnieuw. Een verhaal over een klant, een inzicht verpakt in een anekdote, een stukje kwetsbaarheid dat precies genoeg prikkelt om engagement te genereren. Ik keek om me heen en zag collega’s die hun persoonlijke drama’s omtoverden tot content. Die hun verleden als muntgeld gebruikten om autoriteit te kopen. En ik snapte het.

Ik snapte het omdat ik weet wat er achter die vijf universele verlangens schuilgaat die elk mens met zich meedraagt: gezien worden als mooi, gerespecteerd worden, als krachtig worden ervaren, geliefd worden en je status verhogen.

Elk van die verlangens is legitiem. Elk ervan drijft ons om dingen te doen die we zonder die drang nooit zouden overwegen. Precies daar zit het kantelpunt. Want de manier waarop je met die verlangens omgaat, bepaalt of ze je optillen of je gevangen houden.

Hoe ik meeging in een spel dat niet van mij was

Ik ging mee. Schreef verhalen. Deelde inzichten. Greep terug naar mijn eigen verleden om anderen te overtuigen van mijn kwaliteiten. Elke keer dat ik op “publiceren” drukte, voelde ik iets in mij verschuiven. Niet veel. Net genoeg om het te negeren. Het was alsof ik mijn eigen reclamefolder aan het schrijven was met inkt die ik had geleend van mijn klanten. Niet hun woorden, niet hun verhalen, maar wel hun pijn, herschreven tot iets verteerbaars.

Het voelde verkeerd. Toch deed ik het, want iedereen deed het.

Ik merkte dat ik steeds vaker teruggreep naar wat er mis was gegaan in mijn leven om aan te tonen wat ik nu goed doe. Dat is precies wat de wetenschap de negativiteitsbias noemt. Psycholoog Roy Baumeister toonde al in 2001 in zijn baanbrekende onderzoek “Bad is stronger than good” aan dat negatieve ervaringen psychologisch sterker doorwerken dan positieve. Wij onthouden kritiek langer dan complimenten. Eén slechte ervaring weegt zwaarder dan vijf goede. Negatieve indrukken vormen zich sneller en zijn moeilijker te weerleggen dan positieve.

Bijna twintig jaar later bevestigden Soroka en collega’s in 2019, in een grootschalig experiment in zeventien landen gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences, dat deze bias universeel is: in elk land en elke cultuur reageren mensen fysiologisch sterker op negatieve informatie dan op positieve. Baumeister actualiseerde zijn bevindingen in “The Power of Bad” uit 2019, waarin hij beschrijft hoe deze bias ons hele leven doordringt, van relaties tot werkprestaties tot de manier waarop we naar onszelf kijken.

Ons brein is biologisch geprogrammeerd om het negatieve uit te vergroten. De contentwereld maakt daar dankbaar gebruik van: hoe meer pijn, hoe meer klikken. Ik trapte er zelf in.

Wat dit deed met mijn klanten en met mij

Het ging van kwaad tot erger. Niet in mijn praktijk. Daar liep het prima. Mijn klanten kwamen terug, sommigen na tien jaar, met nieuwe vragen of met doorverwijzingen. Dat vertelde mij genoeg. Online voelde het alsof ik een wedstrijd aan het verliezen was die ik nooit wilde spelen. De druk om zichtbaar te zijn begon te botsen met wat voor mij heilig is: eerlijkheid, oprechtheid en dienstbaarheid.

Ik zag het ook bij mijn klanten. Artsen, advocaten, directeuren. Stuk voor stuk professionals die dagelijks hun uiterste geven en die dezelfde vijf verlangens met zich meedragen als ieder ander mens. Ze willen gezien worden. Gerespecteerd worden. Als krachtig worden ervaren. Geliefd zijn. Hun positie behouden. Maar het verschil tussen hen en veel anderen is dat zij die verlangens hebben leren verbergen achter competentie. Ze functioneren feilloos naar buiten toe, terwijl ze vanbinnen vastlopen.

In de zorg leerde ik dat het stellen van vragen een kunst is. Niet elke patiënt die vraagt “Zuster, ga ik nu dood?” wil een eerlijk antwoord. Sommigen stellen die vraag juist om de waarheid te vermijden. Het was aan mij om aan te voelen wat er werkelijk gevraagd werd. Om te respecteren dat ik nooit mag beslissen over iemands toekomstgerichte kwaliteit van leven in combinatie met diens gemoedstoestand. Die gevoeligheid, die bereidheid om te luisteren naar wat niet gezegd wordt, dat is wat mij als professional heeft gevormd. En dat past niet in een LinkedIn-carrousel.

Hoe zelfs de expert vastloopt in eigen patronen en wat je leert als je dat eerlijk kunt benoemen, beschrijf ik in hoe zelfs de expert vastloopt in eigen patronen. Dat artikel en dit horen bij elkaar.

Waarom ik stopte met het spel

Ik stopte. Niet met mijn werk. Met het spel.

Ik besloot dat ik niet langer mijn verleden zou recyclen tot content. Dat verleden is waardevol. Maar na drieëndertig jaar in dit vak hoef ik mijn kwaliteiten niet meer te bewijzen via posts. Ze zijn bewezen in de stille ruimtes waar mensen mij hun zwaarste verhalen toevertrouwen.

Die keuze was eng. Want de vijf universele verlangens leven ook in mij. Ik wil ook gezien worden. Ik wil ook gerespecteerd worden. Ontkennen heeft geen zin; die verlangens zijn er. Het verschil zit hem in hoe ik ermee omga. Ik koos ervoor te stoppen met het voeden van mijn zichtbaarheid ten koste van mijn integriteit.

Er is een moment waarop je beseft dat je de koers hebt verlaten zonder dat je het doorhad. Er was geen grote misstap, allleenr tientallen kleine keuzes die elk op zichzelf verdedigbaar leken. In de cockpit noemen we dat een subtiele afdrift. Je vliegt nog, maar niet meer op het geplande traject. Wie dat te laat opmerkt, eindigt ergens anders dan bedoeld.

Wat ik terugvond in de stilte

Wat ik in die stilte terugvond, was iets dat ik bijna was kwijtgeraakt: de reden waarom ik dit werk doe. Ik doe het omdat ik het ieder mens met heel mijn hart gun dat het goed met ze gaat en dat ze ophouden met lijden als dit niet meer nodig is. Daarbij kan ik bot zijn en dat heeft ook te maken met liefde voor de mens. Soms is de waarheid niet elegant, maar wel noodzakelijk.

Barbara Fredrickson, hoogleraar psychologie aan de University of North Carolina, ontdekte iets dat mijn hele werkwijze wetenschappelijk bevestigt. Haar broaden-and-build theorie uit 2001 laat zien dat positieve emoties ons denkvermogen letterlijk verruimen. Waar negatieve emoties ons blikveld vernauwen tot vecht- of vluchtreacties, openen positieve emoties de deur naar creativiteit, verbinding en nieuwe mogelijkheden. Vreugde prikkelt speelsheid. Interesse wekt de drang om te ontdekken. Tevredenheid stimuleert het vermogen om te waarderen wat er is. Liefde zet al deze processen in een continu herhalend patroon.

Samen met Joiner toonde Fredrickson in 2002 aan dat positieve emoties een opwaartse spiraal in gang zetten richting emotioneel welzijn. In 2023 publiceerde Fredrickson samen met Zhou onderzoek dat aantoont hoe beter luisteren leidt tot wat zij “positieve resonantie” noemt: een staat waarin mensen zich werkelijk verbonden en veilig voelen. En in 2024 bevestigden Roth en collega’s van de Universiteit van Wenen via geavanceerde netwerkanalyse dat de kernmechanismen van de broaden-and-build theorie standhouden: positieve emoties verruimen daadwerkelijk het denken, bouwen hulpbronnen op en versterken veerkracht.

Dit is precies wat ik in mijn werk zie. De draagkracht vergroten om de draaglast te verlichten. Geen ontkenning van problemen, wel een verschuiving van het zwaartepunt: naar wat er wél werkt, naar wat wél lukt, naar waar de energie zit in plaats van waar die weglekt.

Feedforward in plaats van feedback

Ik vraag nooit feedback aan mijn omgeving. Dat heeft niets met denken dat ik alles weet te maken. Feedback pint me vast op het verleden en ik daar kan ik weinig tot niets mee.

Marshall Goldsmith, een van de meest gerespecteerde executive coaches ter wereld, introduceerde in 2002 het concept feedforward als alternatief voor feedback. Zijn inzicht is helder: we kunnen de toekomst veranderen, het verleden niet. Waar feedback zich richt op wat er fout ging en daarmee defensiviteit oproept, richt feedforward zich op wat iemand kan doen om vooruit te komen.

Goldsmith ontdekte in zijn werk met meer dan dertigduizend leiders dat feedforward vrijwel altijd als positief wordt ervaren, terwijl feedback bijna universeel als bedreigend wordt gevoeld. Na meer dan twintig jaar wordt zijn concept wereldwijd toegepast in executive coaching, onderwijs en leiderschapsontwikkeling.

Wat ik nodig heb, is iemand die zich in mij verplaatst en vanuit mijn perspectief antwoord geeft op wat ik het beste kan doen om vooruit te komen. Dat is feedforward. Dat is wat ik mijn klanten ook bied. De vraag is niet wat er is misgegaan. De vraag is welke koers vanaf hier de juiste is.

De doorbraak die geen bliksemflits was

De doorbraak kwam niet als een bliksemflits. Het was een langzaam optrekkende mist.

Ik realiseerde mij dat het niet gaat om het vermijden van lijden. Dat is onmogelijk. Het leven komt met pieken en dalen. Wie dat ontkent, liegt tegen zichzelf. Maar er is een verschil tussen het lijden dat bij het leven hoort en het lijden dat we in stand houden door onze eigen denkpatronen.

Het bewijs stapelt zich op, van Fredricksons oorspronkelijke theorie in 2001 tot de Weense validatie in 2024: de focus leggen op wat goed gaat optimaliseert het welzijn, minimaliseert problemen en versterkt de veerkracht. Mensen die bewust positieve emoties cultiveren, ontwikkelen meer overzicht. Ze creëren ruimte om oplossingsgericht te werk te gaan in plaats van vast te zitten in een spiraal van rumineren over alles wat fout gaat of ontbreekt.

De data zijn consistent: wie zich beter voelt, denkt ruimer. Wie ruimer denkt, bouwt meer hulpbronnen op. Wie meer hulpbronnen heeft, kan beter omgaan met tegenslag.

Wat goed gaat vertegenwoordigt bijna altijd een hoger percentage dan wat er fout gaat. Maar we zijn getraind in het geven van aandacht aan het lagere percentage. We zoomen in op de drie dingen die misgingen en vergeten de zevenentwintig dingen die vandaag gewoon goed liepen. Die bias is niet onze schuld. Baumeister toonde het aan in 2001, Soroka bevestigde het in 2019 over alle continenten heen. Maar het is wel onze verantwoordelijkheid om er iets mee te doen zodra we het doorzien.

Zoals Johan Cruijff het zei: elk nadeel heeft zijn voordeel. Die houding brengt mensen in actie en motiveert. Andersom werkt het stagnerend en demotiverend.

Wat dit inzicht veranderde in mijn verhouding tot zichtbaarheid

Dat inzicht veranderde mijn verhouding tot LinkedIn. Tot zichtbaarheid. Tot die vijf universele verlangens.

Ik hoef niet gezien te worden als mooi door duizenden volgers. Ik wil gerespecteerd worden door de mensen die ertoe doen in mijn werk. Ik hoef niet als krachtig te worden gezien: ik wil krachtig zijn.

Geliefd worden begint bij jezelf de toestemming geven om te leven volgens je waarden in plaats van je agenda. En status? Die bouw je niet door te schreeuwen op een platform. Die bouw je door in stilte werk te leveren dat mensen na tien jaar nog terugbrengt naar jouw deur.

Wat ik je wil meegeven

Ik schrijf dit niet om je te overtuigen van mijn kwaliteiten. Ik schrijf het omdat ik weet dat jij dezelfde verlangens met je meedraagt als ik. Omdat ik weet dat jij misschien ook vastloopt in een systeem dat je vraagt om jezelf constant te verkopen, terwijl je eigenlijk gewoon je werk wilt doen. Goed werk. Eerlijk werk. Werk dat mensen verder helpt.

De vijf universele verlangens die je in je draagt, zijn niet je vijand. Ze zijn je kompas. Maar alleen als je stopt ze te voeden vanuit angst en ze gaat voeden vanuit overvloed.

Vraag jezelf niet af wat er mis is. Vraag jezelf af wat er goed gaat en hoe je daar meer van kunt creëren. Het is geen naïef optimisme. Het is bewuste strategie. Fredrickson bewees het in 2001 en haar team blijft het bevestigen tot op vandaag. Baumeister verklaart waarom het zo moeilijk is en bewees in 2019 dat die kennis ons juist de sleutel geeft om het te doorbreken. Goldsmith laat zien hoe je het in de praktijk brengt.

Stop met feedback vragen die je vastpint op je verleden. Zoek feedforward die je helpt om de versie te worden die je wilt zijn.

Stop met onnodig lijden. Pijn hoort bij het leven. Maar veel van wat je nun voelt komt niet uit het leven zelf. Het komt uit hoe je ernaar kijkt.

En als je merkt dat je dat niet alleen kunt? Dan is dat geen zwakte. Dat is wijsheid.

Bij mij staat de mens centraal. Met zijn draagkracht en draaglast. Als ik kan helpen de draaglast te verlichten door de draagkracht te vergroten, zal ik dat doen. Met liefde voor de mens en het leven. Zonder dat de wereld het hoeft te weten.

Dat is geen marketingstrategie. Dat is een levenshouding.

Misschien is dát precies wat je nodig had om te lezen.

Meer lezen

Als dit iets losgemaakt heeft, is de pagina over Sharon Burgler een goed volgende stap. Geen pitch, geen overzicht van diensten: alleen wie ik ben en hoe ik werk.

Stap in de kano en ga (Acco Uitgeverij) is het verhaal achter de aanpak: lees meer over het boek.

Discreet. Doordacht. Doeltreffend.

Referenties

Baumeister, R. F., Bratslavsky, E., Finkenauer, C., & Vohs, K. D. (2001). Bad is stronger than good. Review of General Psychology, 5(4), 323-370.

Baumeister, R. F., & Tierney, J. (2019). The power of bad: How the negativity effect rules us and how we can rule it. Penguin Press.

Fredrickson, B. L. (2001). The role of positive emotions in positive psychology. American Psychologist, 56(3), 218-226.

Fredrickson, B. L., & Joiner, T. (2002). Positive emotions trigger upward spirals toward emotional well-being. Psychological Science, 13(2), 172-175.

Goldsmith, M. (2002). Try feedforward instead of feedback. Leader to Leader, 25, 11-14.

Soroka, S., Fournier, P., & Nir, L. (2019). Cross-national evidence of a negativity bias in psychophysiological reactions to news. Proceedings of the National Academy of Sciences, 116(38), 18888-18892.

Foto van Sharon Burgler

Sharon Burgler

Sharon Burgler is psycholoog, piloot en auteur van Stap in de kano en ga (Acco Uitgeverij). Zij combineert in haar praktijk de precisie van de luchtvaart met de inheemse wijsheid van de Arowakken van Aruba. Na drieëndertig jaar werken met directeuren, artsen en advocaten is één ding duidelijk: de professionals die het meest worstelen met zichtbaarheid, zijn precies de mensen die het minst moeite zouden moeten hebben met hun waarde te bewijzen. De vraag is nooit of je het in je hebt. De vraag is altijd aan wie je het probeert te laten zien.